Pedagogiek
in praktijk

Hoogbegaafd? Nou en!

Moeten superslimme kinderen extra gestimuleerd worden op school, ook al zijn ze hun klas ver vooruit? En wat te doen bij sociale problemen? Volgens onderzoeker Henk Guldemond wordt het probleem van hoogbegaafdheid overdreven: 'Je moet hoogbegaafden geen bijzondere behandeling geven.'
Moeten superslimme kinderen extra gestimuleerd worden op school, ook al zijn ze hun klas ver vooruit? En wat te doen bij sociale problemen? Volgens onderzoeker Henk Guldemond wordt het probleem van hoogbegaafdheid overdreven: 'Je moet hoogbegaafden geen bijzondere behandeling geven.'

Henk Guldemond van het Gronings instituut voor onderzoek van onderwijs, opvoeding en ontwikkeling (GION) vindt dat het probleem van hoogbegaafdheid wordt overdreven. Vroeger waren hoogbegaafden mensen die uitzonderlijke prestaties leverden. Tegenwoordig is de aandacht verschoven naar kinderen die mogelijk hoogbegaafd zouden kunnen worden. En daarmee is hoogbegaafdheid niet langer een constatering, maar een ontwikkelingskwestie. Enerzijds de vraag of de samenleving, het onderwijs in het bijzonder, hoogbegaafde kinderen moet stimuleren. Met uitdagende leerstof en interessante puzzels zou het kind zijn intellect immers meer tot ontwikkeling kunnen brengen. Anderzijds of deze kinderen een speciale behandeling nodig hebben bij ontwikkelingsproblemen. In het eerste geval is Guldemond overtuigd tegenstander van kunstmatige 'stimuli'. Géén speciale opdrachten of leergroepjes en zéker geen speciaal onderwijs. Als kinderen hoogbegaafd zijn, dan komt het er vanzelf uit, daar zijn geen extra stimuli voor nodig. Over de eventuele ontwikkelingsproblemen bleek uit het onderzoek: hoe slimmer het kind, des te optimaler de schoolloopbaan. En in de sociaal-emotionele sfeer is er geen enkele aanleiding om de noodklok te luiden.

Bron: www.rug.nl. Voor meer informatie: www.rug.nl.



Naar homepage